Logo Utrecht University

Humanities Honours Blog

Reeks: Honoursreis Boedapest

Boedapest: Van Stalinisme tot Veganisme

‘You can check out any time you like, but you can never leave’. De tekst uit het nummer Hotel California kent een opvallend vergelijk met het karakter van het gebouw dat voor het grootste gedeelte van de twintigste eeuw gekenmerkt werd door marteling en terreur. Tegenwoordig is het een museum genaamd The House of Terror en is iedere bezoeker vrij om te gaan wanneer gewenst. Maar het gebouw laat hoe dan ook een diepe indruk achter bij iedereen die er is geweest.

Door Nina Saelmans.

Toen ik me in januari 2020 voor de tweede keer op de lange boulevard van Andrássy út bevond, bevangen door een melancholisch gevoel van nostalgie, viel mijn oog voor het eerst op het massieve gebouw waar The House of Terror in gevestigd is. Hoe het kan dat een dergelijk in het oog springend gebouw mij niet eerder was opgevallen is een raadsel van een flink kaliber an sich, maar is nu niet van belang. Hoe ik als veganist uit het gebouw naar buiten kwam, daarentegen, dat is een vraagstuk waar ik hier uitgebreid antwoord op zal geven.

The House of Terror
Een korte opfrisser: het gebouw waar The House of Terror in gevestigd is, was in voormalig bezit van de Arrow Cross, de nazipartij in Hongarije ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Later, toen het land bevrijd werd door de Russen, en Hongarije onder Communistisch bewind werd gebracht, werd het gebouw gebruikt door de AVH, de Hongaarse geheime politie. Zij die zich tegen de ideologie hadden gekeerd (of op welke manier dan ook daarvan verdacht werden) werden er ondervraagd, vastgehouden en mishandeld.
In 2002 opende het gebouw opnieuw haar deuren, maar ditmaal als museum om de periode van Terreur te herdenken, en stil te staan bij de slachtoffers en alle onschuldige burgers die waren komen te overleiden als gevolg van de martelpraktijken die zich hadden voortgedaan tijdens de lange geschiedenis van het gebouw op Andrássy út. Het enige verschil: zij die nu het gebouw binnenkwamen, hadden de vrijheid om het ook weer te verlaten.

Het erfgoed van terreur
Hoewel mijn bezoek aan Budapest in januari 2020 niet mijn eerste was, was mijn bezoek aan The House of Terror dat wel. En ondanks het feit dat de naam al enigszins impliceerde wat het museum behelsde, stapte ik onwetend naar binnen. Tijdens een guided tour als onderdeel van de Eurekareis, maakten we binnen een uur kennis met de lange geschiedenis van het gebouw. Een kort gedeelte van de bovenste verdieping was toegewijd aan het naziverleden van Hongarije, maar het grootste gedeelte van het museum stond volledig in het teken van de slachtoffers tijdens de Terreur.
Het werd vrij snel duidelijk dat het Communistisch bewind waaronder Hongarije geplaatst werd in de periode na de Tweede Wereldoorlog, een significant grotere impact had gemaakt op de bevolking dan het jaar van bezetting door de nazi’s. Foto’s van gevangenen die waren overleden als gevolg van de martelpraktijken in het gebouw waren geportretteerd op de torenhoge wand. En dat was slechts een klein deel van het totaal. De kamers toegewijd aan de Communistische periode in Hongarije tonen rechtszalen, de manier waarop een gemiddelde Hongaar leefde tijdens deze periode en andere aspecten van het dagelijks leven in Communistisch Budapest. Maar geen van de bovengrondse zalen kan de angst en onzekerheid van burgers destijds omvatten als de kelder die onderdeel is van het gebouw.

Een ijzige stilte
De kelder van The House of Terror is officieel niet de plaats waar gevangenen werden gehouden, ondervraagd en mishandeld; dit gebeurde in het gebouw ernaast. Maar om toch een indruk te krijgen van de martelpraktijken zoals deze zich destijds afspeelden, is een replica gemaakt van de ondergrondse cellen op Andrássy út.
De lift die bezoekers de kelder in brengt, daalt langzaam en toont video-interviews van overlevers die hun verhaal vertellen over de periode van Terreur. De kille temperatuur in de kelder reflecteert het gevoel dat de interviews teweegbrengen en zorgt voor een ijzige stilte in de lift. De kelder zelf is slecht verlicht en heeft een muffe geur. De verf op de muren is afgebladerd. Hoewel slechts een replica, lijkt de nauwe ruimte de geschiedenis van het gebouw in de oren van iedere bezoeker te fluisteren.

De cellen
Als een onheilspellend omen dat de omstandigheden in de kelder stilzwijgend blootlegt, blijkt het tot de verbazing van de bezoeker dat er slechts een aantal cellen van normale grootte zijn. De meeste cellen in de kelder zijn er namelijk op gebouwd om gevangenen te laten bezwijken onder de omstandigheden van hun verblijf. In nauwe ruimtes waar men uitsluitend voorover gebukt kan staan, werden zij dagenlang vastgehouden. Een van de cellen achterin de kelder heeft ruimte voor slechts één volwassen lichaam. De bezoekers wordt hier verteld hoe fel licht in het gezicht van de gevangene scheen om deze wakker te houden. Hoewel de gids het niet met woorden uitdrukt, laten de scherpe punten tegen de achterwand van de ruimte zien wat het gevolg is als een gevangene toch bezwijkt onder moeheid. Een ietwat grotere ruimte tegenover deze cel is voor een deel gevuld met water. ‘Daar konden ze naar het toilet’, vertelt de tour guide zachtjes.

Reflectie
Het is moeilijk om met woorden te bevatten wat het bezoek aan de kelder met bezoekers doet, maar de stilte van de groep, zowel tijdens als na de rondleiding, spreekt boekdelen. Rustig wandelt een eens zo levendige verzameling studenten terug naar hun hostel. Ikzelf zit bevangen op mijn bed voor me uit te staren. De rondleiding door de kelder heeft me aan het denken gezet.
Als we tegenwoordig immers omstandigheden toelaten zoals dat destijds gebeurde met gevangenen, dan zou de wereld volledig op de kop staan. Iets dergelijks is ondenkbaar en heeft op geen enkele manier een plek in de vrije samenleving waar we vandaag de dag in leven. Maar toch gebeurt het overal om ons heen. We zijn er meer dan bewust van, maar beschouwen het als onderdeel van de natuur. Maar is het dat wel?
Ik werd geconfronteerd met deze vragen toen ik thuiskwam van mijn reis, en besloot gehoor te geven aan mijn zorgen door te stoppen met het consumeren van vlees en dierlijke producten. Een dergelijke keuze is uiteraard persoonlijk en kan op geen enkele manier opgelegd worden aan een ander. Maar het is wel belangrijk om na te denken hoe we vandaag de dag nog omgaan met dierenrechten vis à vis mensenrechten. En om te reflecteren op het feit dat dezelfde omstandigheden die onacceptabel zijn voor mensen en die we herdenken in musea, om ons heen nog altijd aanvaardbaar zijn wanneer het gaat om dieren.
Want hoe we het ook wenden of keren, een vergelijking zoals hier geschetst is legt de vinger op de zere plek en zorgt voor stof tot nadenken.